Over

De zin van onzin.

Woord en beeld over de simpele en minder simpele dingen des levens. Dingen die mij raken. Soms zinnig, soms onzinnig. Onzin heeft zin in mijn ogen.

Zin in meer? Gewoon lezen en kijken. Sommige teksten zijn waargebeurd of waar, andere niet. Privacy is sowieso een illusie.

Meer weten? Goede wijn behoeft geen krans en slechte wijn drinken we niet.

WAARSCHUWING:

Deze pennenvruchten kunnen roddels opleveren. Maakt u zich daar vooral geen zorgen om. Doe ik ook niet.

Ik zie u graag.

Heidi

Bron: Over

Lucht-haven-verhaal

Papa!’ kraaide het kind. Z’n grootmoeder corrigeerde ‘m niet. En de ober deed of hij het niet hoorde. Oma was blond en Vlaams. Haar kleinkind, donker. Met Afrikaanse krullen.

Samen keken ze naar de opstijgende vliegtuigen. Het kind begon nu ook te vragen naar zijn mama. Waar die was en zo. Ook papa kwam steeds terug in zijn spervuur van vragen. De papa die hij nooit gekend had. Met lede ogen bekeek oma haar kleinkind. Ze was zich zeker en vast bewust van het verhaal van haar dochter. De dochter die op haar zestiende persé een donkere man wilde. Zonder condoom. Aan de oma te zien was dochterlief vast een rebel. één die geen interesse had in moeder’s manier van leven. Drugs zal ze ook wel niet vies van geweest zijn. Natuurlijk. Hoe zou ze zich anders hebben kunnen afzetten van haar moeder. Hoe dan ook, de brave vrouw zat nu opgezadeld met een halfbloedje dat overal te pas en onpas op een papa riep die hij wellicht nooit gekend had. De vragende ogen van buitenaf negeerde ze. Wat kon ze ook anders. Stel je voor dat ze iedere keer opnieuw moest uitleggen dat haar dochter een voorliefde had voor donkere mannen op haar zestiende.

Eer ik m’n mijmeringen verder kon zetten, zag ik de vrouw in de richting lopen van een knap koppel. Zij had een stewardessen-pakje aan, hij een pilotenpak. Hij had donkere krullen en een sympathieke uitstraling. Papaaa! Mamaaaaa! riep het kind en stormde in hun armen…

Eenzaam of alleen maar alleen

Met onvaste tred bewoog hij zich voort door de donkere straatjes van het oude stadsgedeelte. De natte kasseien reflecteerden de oranje straatverlichting. In het voorbijlopen rechtte hij z’n rug, beneveld bewust van z’n dronken toestand. Iets verderop bleef hij wankelend staan. Hij draaide zich om en begroette in alle ernst Baloe. Met dikke tong begon hij een praatje met ‘m. Over hoe mooi hij was, en dat hij zo flink en braaf was. Ik werd volkomen genegeerd. Een verstikkende walm van geconsumeerd bier hing als een vuile deken rond ‘m. Hij ging helemaal op in de conversatie met de hond.

Een gevoel van medelijden overviel me…

‘Ach’, zo suste ik mezelf: ‘je gaat weer in overdrive met je sentimenten. Deze man heeft gewoon een leuke avond gehad. Wellicht wat te diep in het glas gekeken, maar verder niks aan de hand.

Waggelend vervolgde hij z’n weg. Toen ik me nog even omdraaide kon ik nog net een glimp opvangen van hoe hij de deur binnenging van een klein, eenvoudig huisje. Er brandde geen licht.

Langs het tuinpad van m’n vader

Stil en verlaten ligt het huis erbij. De tuin met ongemaaid gras en hier en daar een omgewaaide emmer treurt door gebrek aan aandacht, verwaarloosd en verwilderd.

Elk raam schreeuwt een doodskreet, donker en somber, omdat het leven weg is. Het leven dat ooit vrolijk was in dit verlaten huis.. Kamers gevuld met licht en warmte, met gezang en eindeloos geklets bij dampende koffie. Geuren van soep en pasgekookte patatten. De Geur van lang vervlogen tijden, van toen iedereen er nog was. Pa, ma, broer en ik. Uit de tijd dat we nog ongecompliceerd met z’n allen aan tafel zaten en boterhammen met stroop aten. Of saucisse met wortelstoemp. Niemand had ooit kunnen dromen dat dit zo snel voorbij zou gaan. Dat pa zou doodgaan aan kanker en broer zich een kogel door de kop zou jagen. Nee, we leefden of het altijd zo zou zijn. Soms in ruzie, vaak in vrede. Soms verdrietig, maar nog vaker blij. We hadden ieder onze dromen. Moeder’s ideaal was dat het gezin samen in goddelijke devotie dienst zou verrichten, terwijl pa niets liever deed dan konijnen stropen. Broer vond het zalig om te bommen ontwerpen en deze achter het huis te laten ontploffen, terwijl mijn dromen gingen over muziek, paarden en één of andere prins op een paard. Ach, dromen vervliegen. Als ether op een wond, pats boem, weg. Een korte stekende pijn en het is over, terwijl de wond z’n tijd neemt om te helen.

Toen we moeder vorige week verhuisden naar bij ons, leek het allemaal zo onwerkelijk. Ineens was het moment er. 85 jaar en moe. Zo gaat dat op die leeftijd. Ineens lukt het niet meer en moet er hulp ingezet worden. In één klap was het laatste sprankeltje leven uit het oude huis weg. Alle herinneringen schoten in razend tempo voorbij, tot het stil werd in m’n hoofd. M’n laatste wandeling door de weide, waar de kersen bloeiden en onze schaapjes graasden. Waar we speelden en als dolle honden en geen raad wisten met onze energie. Vol leven, vol blijdschap.

En langs het tuinpad van m’n vader zag ik dat ze de hoge bomen omgekapt hadden.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑