Dode levenden of levende doden?

Af en toe viel een natte kruimel op z’n buik. Hij merkte het niet. Onverstoorbaar bleef hij doorpraten. Blijkbaar mocht de hele wereld deelgenoot zijn van de gemalen brei in z’n mond. Nootjes. Hij genoot ervan. Telkens eer de inhoud verzwolgen was, vulde hij bij. Z’n dikke lippen krulden zich dan in een teutje, terwijl z’n vlezige vingers maar bleven graaien in het kleine schaaltje. Tot er enkel nog wat zout lag. En zelfs dat likte hij van z’n vingers. Even pauzeerde hij om met grote slokken z’n bierglas te ledigen. Z’n uitpuilende ogen staarden dan in het niets, terwijl het biervocht langzaam een weg zocht naar een veel te dikke buik die over de stoel bijna tot op z’n knieën hing.

Uit beleefdheid deed ik of het me niet stoorde. Ik hoorde mezelf hardop zeggen dat hij beter meer zou inzitten met z’n leven…
Had ik dit nu echt gezegd? Even twijfelde ik. Gunst nee, ik wist het op tijd weg te slikken.
Het was de combinatie van wat hij vertelde en z’n conditie die tegenstrijdige gevoelens bij me wakker maakte. Enerzijds vond ik deze Bourgondiër wel interessant. Hij had een boeiend leven gehad. Veel gereisd, veel gezien, en nog veel meer meegemaakt. Nu was hij op een punt gekomen dat z’n gezondheid hem in de steek liet. Z’n eerst zo rijk gevulde leven had zich gereduceerd tot een sombere driehoek die zich afspeelde tussen thuis, de kroeg en het ziekenhuis. Af en toe wisselde dit zich af met een bezoek aan een plaatselijk restaurant. Die waren naar zijn mening schaars in deze streek. Niet te vergelijken met de sterrenzaken die hij over heel de wereld bezocht had. Hij moest het nu doen met wat de pot van een provinciestadje schaft.

De laatste nootjes spuwend, vertelde hij me over z’n dood. Dat hij alles al geregeld had. Vanaf het moment dat de dokters hem zouden vertellen dat het niet meer gaat, zou hij een groot feest organiseren. Een soort begrafenis waar je levend bij bent . Al z’n vrienden zouden dan komen. Na afloop zal de dokter hem de genade-spuit zetten. Hij vond het belangrijk getuige te zijn van z’n eigen uitvaart. Z’n uitpuilende ogen lichtten even op bij de gedachte.

Alle papieren lagen klaar. Zijn besluit stond vast: voor genot moet je een prijs betalen. Dood gaan we toch allemaal. Dus, was hij van mening dat je dan beter tot de laatste snik kon genieten. Vreten en zuipen.
Ik moest even slikken en staarde wezenloos naar m’n glas water. Ik was net bezig geweest met het plannen van m’n leven. Een paar maanden de gezondheidsgoeroe uithangen, 10 kg er af en klinken op het leven. De man aan het tafeltje naast me had gekozen voor iets anders: grenzeloos genot en de dood. Of hebben die twee niets met elkaar uit te staan?
Vertel jij het me….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: